Onderzoek naar onteigening en rechtsherstel Joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog afgerond

30 januari 2024
Nieuws

De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Oude IJsselstreek en Oost Gelre hebben het afgelopen jaar onderzoek laten doen naar de onteigening van Joods vastgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog en het rechtsherstel na de oorlog. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen. Inmiddels is het onderzoek afgerond en het onderzoeksrapport klaar.

De gemeente Oost Gelre is namens de vijf gemeenten penvoerder. Burgemeester Annette Bronsvoort: “Het rapport is een verdieping van kennis op een gevoelig thema. Ook al is de conclusie dat in de Achterhoek vrijwel altijd sprake is geweest van rechtsherstel, dit laat onverlet dat onteigening een zwarte bladzijde is in de geschiedenis en rechtsherstel niet leidt tot een gevoelde rechtvaardige oplossing voor de gevolgen van de oorlog.”

Onderzoeksvragen

De onderzoeksopdracht bestond uit twee hoofdvragen en een derde, achterliggende vraag: 

  1. Ontrechting: Hebben de 14 toenmalige gemeenten gebruikgemaakt van de ontrechting van hun Joodse burgers door onteigend vastgoed te verwerven, wel wetend waarom deze panden tegen een vaak lage prijs te koop aangeboden werden? 
  2. Rechtsherstel: Hebben de gemeenten naheffingen en eventuele boetes opgelegd aan Joodse huiseigenaren of hun nabestaanden, met name voor straatbelasting? 
  3. Bejegening: Hoe was de bejegening van de gemeenten naar de Joodse bewoners? En hoe gaf de gemeente rekenschap van hun bijzondere slachtofferschap? 

Conclusies

De antwoorden op bovenstaande vragen en de conclusies staan in het onderzoeksrapport uitvoerig beschreven. Hieronder staan kort de belangrijkste conclusies weergegeven:

  1. Ontrechting: De mate waarin onteigend vastgoed kon worden doorverkocht, verschilde sterk per gemeente. De bronnen laten in een paar gevallen een meer directe betrokkenheid van de gemeente zien. 
  2. Rechtsherstel: Zowel voor woonhuizen als voor landbouwpercelen vond vrijwel altijd rechtsherstel plaats. Er zijn geen gevallen aan het licht gekomen waarbij een foute oorlogskoper na de oorlog aantoonbaar in het bezit van Joods vastgoed is gebleven. En het is onwaarschijnlijk dat de gemeenten actieve naheffingen deden voor straat- en rioolbelasting.
  3. Bejegening: Het algemene beeld is dat er tijdens de bezetting sprake was van ambtelijke medewerking en dat er na de oorlog weinig of geen erkenning van de Jodenvervolging en slachtofferschap was.

Vervolg

De vijf gemeenten bepalen zelf of en op welke wijze zij een vervolg geven aan het onderzoek.