Leerlingenvervoer

Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot, of kan het kind wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig naar school. Ouders kunnen dan een vergoeding van de vervoerskosten van huis naar school vragen. De gemeenteraad heeft hiervoor de Verordening leerlingenvervoer vastgesteld.

U kunt leerlingenvervoer aanvragen voor leerlingen die naar het (voortgezet) speciaal onderwijs en (speciaal) basisonderwijs gaan.

Om in aanmerking te komen voor vergoeding, moet u een aanvraag indienen.
Het vervoer dat u aanvraagt moet natuurlijk wel noodzakelijk zijn. Het samenwerkingsverband beoordeelt of leerlingen toelaatbaar zijn tot het onderwijs aan speciale scholen voor basisonderwijs. Dit gebeurt tijdens een ZATT (Zorg Advies Toewijzingsteam). Bij toekenning is het uitgangspunt dat gekozen wordt voor bekostiging van de lichtst mogelijke vorm van vervoersvoorziening.
De volgorde van toekenning is dan:

  • fietsvergoeding zonder begeleiding
  • fietsvergoeding met begeleiding
  • openbaar vervoer zonder begeleiding
  • openbaar vervoer met begeleiding
  • eigen vervoer
  • aangepast vervoer

De gemeente beslist voor de aanvang van het nieuwe schooljaar, of binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag, of u in aanmerking komt voor vergoeding. Over deze beslissing krijgt u schriftelijk bericht. Op een onvolledige aanvraag kan niet beslist worden.

Hoe kan ik een aanvraag leerlingenvervoer indienen?

Stappen en doorlooptijd

Als voor de eerste keer een aanvraag wordt ingediend, moet het advies van de commissie van onderzoek van de school over de wijze van vervoer worden meegezonden. Ook dient een kopie van de beschikking van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) worden toegevoegd.
De gemeente beslist voor de aanvang van het nieuwe schooljaar, dan wel binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag, of u in aanmerking komt voor vergoeding. Over deze beslissing krijgt u schriftelijk bericht. Op een onvolledige aanvraag kan niet beslist worden.

Volgens de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 zevende lid, mag een drempelbedrag worden gevraagd aan ouders van leerlingen die een reguliere basisschool of een school voor speciaal basisonderwijs bezoeken. Hierbij wordt een inkomensgrens gehanteerd. Een en ander is opgenomen in artikel 14 ‘Drempelbedrag’ van de Modelverordening leerlingenvervoer.

Wanneer een leerling door zijn structurele handicap in het geheel niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken, mag er aan de ouders geen drempelbedrag worden gevraagd. 

MEE op weg, gewoon meedoen aan het verkeer

Veel mensen maken gebruik van speciaal of aangepast vervoer, zoals leerlingen die het speciaal onderwijs volgen.
De gemeente Oost Gelre werkt samen met MEE Oost aan het project MEE op Weg. MEE op Weg is een manier waarop leerlingen kunnen leren om zelfstandig te reizen, van huis naar school en omgekeerd. Dit kan met het openbaar vervoer zijn of met de fiets.
Door zelfstandig te leren reizen neemt de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van de deelnemer toe. Gewoon meedoen in het verkeer. Zelfstandig leren reizen gaat aan de hand van een reisplan dat de deelnemer opstelt met een consulent van MEE. Samen wordt gezocht naar een geschikt reismaatje die met de deelnemer gaat oefenen.

Wat zijn de voorwaarden?

Hieronder staan de voorwaarden waaraan u moet voldoen als u in aanmerking wilt komen voor vergoeding van de vervoerskosten.

  • Voor de toekenning van het vervoer gaat de gemeente uit van vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school.
  • Vergoeding kosten eigen vervoer: als de leerling naar het oordeel van de gemeente zelfstandig of onder begeleiding per fiets of zelfstandig met de bromfiets naar school kan, ontvangen de ouders in plaats van de kosten van het openbaar vervoer een vergoeding voor de kosten van het vervoer per fiets of bromfiets.
    Voor het bepalen van de afstand gaat de gemeente uit van de kortste voor het kind voldoende begaanbare en veilige weg.
  • Vergoeding kosten openbaar vervoer:
    - als de afstand tussen woning en basisschool, of speciale school voor basisonderwijs: meer dan 6 km is;
    - als de afstand tussen woning en school voor (voortgezet) speciaal onderwijs meer dan 2 km is.

    Voor gehandicapte leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs geldt geen afstandscriterium.

    Bij de toekenning van vergoeding van de kosten van openbaar vervoer kunnen de kosten van één begeleider worden vergoed als de leerling jonger is dan 10 jaar en aan het afstandscriterium wordt voldaan.
     

  • Aangepast vervoer kan worden vergoed als openbaar vervoer onder begeleiding onmogelijk is en dit voldoende, naar het oordeel van het college, wordt aangetoond. Dit geldt ook als de reistijd met openbaar vervoer langer is dan anderhalf uur en met aangepast vervoer tot 50% of minder reistijd met openbaar vervoer kan worden teruggebracht.
    Of als openbaar vervoer ontbreekt.
  • Het college kan, indien ouders in aanmerking komen voor vergoeding van de vervoerskosten, toestaan dat zij de leerling zelf vervoeren.

Waar kan ik terecht?

Meer informatie kunt u krijgen bij de afdeling Onderwijs, Welzijn en Zorg, tel. 0544 - 393535.