Uitspraak Raad van State inzake aanleg aarden wal Rompa

De Raad van State heeft vorige week uitspraak gedaan in een zaak die was aangespannen door en namens omwonenden die in de directe omgeving van het bedrijf Rompa in Lichtenvoorde wonen. De betrokkenen hadden eerder bij de gemeente geëist dat deze de aanleg van een aarden wal bij het bedrijf zou afdwingen. Met als doel de geuroverlast te beperken. De gemeente heeft dit afgewezen. Weliswaar erkent de gemeente de geuroverlast voor de omwonenden, maar de aanleg van een dergelijke wal levert geen bijdrage aan de beperking van de geuroverlast.

De Raad van State heeft vandaag de gemeente daarin in het gelijk gesteld. De gemeente hoeft de aanleg van de wal dus niet af te dwingen bij het bedrijf. Lees de uitspraak van de Raad van State.

Voortgang vergunningprocedure Rompa en maatregelen tegen geuroverlast

De uitspraak van de Raad van State over de aarden wal staat los van de gesprekken die de gemeente op dit moment met Rompa voert. Aan de ene kant is dat de aanvraag van een nieuwe vergunning. Die zou 28 juni door het bedrijf aangeleverd moeten zijn. Dat is niet gebeurd. Het college beraadt zich nu, in overleg met de Omgevingsdienst Achterhoek, welke stappen ze nu zal nemen ten aanzien van toezicht en handhaving.

Daarnaast loopt het traject van de maatregelen tegen geuroverlast. Het college van B&W zet in op de zwaarst mogelijke maatregelen om die overlast te beperken. Het bedrijf heeft informatie aangeleverd hoe ze tegemoet wil komen aan de geurmaatregelen. Die informatie wordt op dit moment doorgerekend in hoeverre het aansluit bij de zwaarst mogelijke maatregelen die het college wil opleggen.

Het college wil in overleg met het bedrijf tot goede oplossingen komen, maar hanteert daarin wel de volgende uitgangspunten:

  • meewerken aan een vergunbare bedrijfsvoering voor Rompa/HPT;
  • de bereidheid om daarover in gesprek te gaan met het bedrijf;
  • onverminderd in te zetten op de zwaarst mogelijke maatregelen tegen geuroverlast;
  • regie houden op de voortgang.

Het college zit er bovenop en blijft dat ook doen, maar vraagt tegelijkertijd begrip voor het feit dat het een zeer complexe zaak is, waarin de oplossingen niet van de ene op de andere dag zijn gerealiseerd. Maar dat bij het vaststellen van de oplossingen het belang van de omgeving zwaar weegt, mag duidelijk zijn.