Sla menu over en ga naar de inhoud

Vrijwilligerswerk Oost Gelre - Vrijwilligerswerk naast een WW-u...

-

Vrijwilligerswerk naast een WW-uitkering

Naam wet of regeling
Werkloosheidswet (WW).
 
Voor wie:
Werknemers die wegens werkloosheid niet of minder uren dan voorheen werken en voor die uren niet meer betaald krijgen van een werkgever.
 
Doel:
Werknemers verzekeren tegen de financiële gevolgen van werkloosheid.
 
Inhoud:
De Werkloosheidswet (WW) is een verzekering voor werknemers die wegens werkloosheid niet of minder uren dan voorheen werkzaam is en op wiens werkgever geen verplichting tot loonbetaling over die uren rust. Aan het krijgen van een WW-uitkering zijn wel voorwaarden verbonden. De hoogte en duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. Pas wanneer de arbeidsduur langer dan een half jaar is komt iemand in aanmerking voor een WW-uitkering. De WW-uitkering moet aangevraagd worden bij het CWI (Centrum voor Werk en Inkomen). Het CWI geeft uw aanvraag door aan het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) die vervolgens beoordeelt of u in aanmerking komt voor een uitkering.
 
Vrijwilligerswerk naast een WW-uitkering is in principe toegestaan mits men beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt. De sollicitatieplicht blijft tijdens het vrijwilligerswerk gehandhaafd. Vrijwilligerswerk kan nuttig zijn. Het is goed voor de sociale contacten, voor kennis en ervaring en voor het netwerken. Het kan voor werkgevers een aanbeveling zijn. Vrijwilligerswerk of onbetaalde arbeid moet ten alle tijden gemeld worden. Ook wanneer het plaatsvindt buiten de gebruikelijke arbeidstijden (tussen 9.00 en 17.00) of wanneer iemand het vrijwilligerswerk al naast de betaalde baan deed. De uitkeringsinstantie beoordeelt de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. Wanneer iemand minder beschikbaar is voor de arbeidsmarkt (door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk) kan dat gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering. Iedereen met een WW-uitkering is verplicht te solliciteren naar een betaalde baan.
 
De uitkeringsinstantie toetst tevens de toelaatbaarheid van vrijwilligerswerk aan een aantal criteria:
  • Het vrijwilligerswerk mag niet worden verricht in een bedrijf, ook niet van familie.
  • Voor het vrijwilligerswerk kan geen subsidie verkregen worden waaruit loon betaald kan worden.
  • Het vrijwilligerswerk mag niet leiden tot vervanging of verdringing van betaalde arbeid.
  • Het vrijwilligerswerk mag geen bedrijfsmatig karakter hebben.
Wanneer het vrijwilligerswerk niet aan de criteria voldoet kunnen de uren die aan het vrijwilligerswerk worden besteed in mindering op de uitkering worden gebracht.
 
Onkostenvergoeding
Voor de WW-uitkering geldt als vrijwilligerswerk: Werk voor ideële of charitatieve instellingen waar geen loon tegenover staat. Vrijwilligersorganisaties kunnen een vergoeding geven voor de kosten die te maken hebben met het vrijwilligerswerk. Het mag een vergoeding zijn van de werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten of een vast bedrag dat niet hoger is dan €150,- per maand en maximaal €1500,- per jaar. De vaste onkostenvergoeding en de vergoeding van aantoonbare werkelijk gemaakte kosten worden niet in mindering gebracht op de uitkering. Andere vergoedingen of beloningen voor vrijwilligerswerk worden wel verrekend met de uitkering. Organisaties zijn niet verplicht een onkostenvergoeding te betalen. Ze mogen zelf beslissen of zij een onkostenvergoeding geven. Ook mogen zij beslissen hoe hoog die vergoeding is.
Als de vrijwilliger een onkostenvergoeding krijgt, dan moet dat opgegeven worden op het formulier dat iedere vier weken wordt toegestuurd. Sommige UWV-kantoren staan zeer wantrouwend tegenover de onkostenvergoeding.
 
Ontheffing sollicitatieplicht
Vanaf 1 november 2006 is het voor werklozen of gedeeltelijk arbeidsongeschikten die vrijwilligerswerk doen of voor een hulpbehoevende naaste zorgen mogelijk ontheffing te krijgen voor de sollicitatieplicht. Voorwaarden hierbij is wel dat het gaat om minimaal 20 uur per week vrijwilligerswerk waardoor de kansen op de arbeidsmarkt worden vergroot. De vrijstelling is éénmalig voor maximaal 6 maanden en kan met maximaal nog een half jaar worden verlengt. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) bekijkt per aanvraag of een uitkeringsgerechtigde in aanmerking komt voor ontheffing van sollicitatieplicht.