| Datum | : 17 nov 2011 |
|---|---|
| Locatie | : Raadzaal Oost Gelre |
| Bestuursorgaan | : Gemeenteraad |
| Documentsoort | : Notulen |
|
Voorzitter |
: |
Burgemeester H.W.M. Heijman |
|
Raadsgriffier |
: |
De heer J. Vinke |
|
Aanwezige wethouders |
: |
De heren K.J.M. Bonsen, R.H.M. Hoijtink, V.F.M. van Uem en P.J.Wentink |
|
Aanwezige raadsleden |
: |
CDA: Mevrouw M.G. Frank, mevrouw Y.E.M. Winkel-Moormann, mevrouw C.M.M. Heming-Borgijink en de heren T.H.B.M. Donderwinkel, J.B.M. Hoenderboom en H.A.C.M. Krabben OOG: De heer J.W.H. Bongers PvdA: De heren R.M.J. Klein Tank en P.H.M. Baks VVD: Mevrouw B.T.L. Kortes, mevrouw J.M. te Plate-Hendriks en de heren R.W.R. Brüning, R.H.J. Spekschoor, F.A.G. Ticheloven, en A.A.W. Wopereis D66: De heer R. van der Meulen |
|
Afwezig met kennisgeving |
: |
Mevrouw M.J.W. Buijs-Kolkman en de heren R. ten Barge, W.J.W.M. Klein Goldewijk, F. Schmidt, F.P.N. Beurskens, K. Porskamp en E.A.M. Wolters |
|
Notulist |
: |
Mevrouw J. Slingerland (Notuleerservice Nederland) |
|
1. |
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 16.30 uur en heet iedereen van harte welkom, in het bijzonder de commissaris van de koningin de heer Cornielje en zijn medewerkers. Deze middag heeft de commissaris met een aantal leden van het college en de raad Vragender bezocht en aldaar is in de multifunctionele accommodatie een interactieve bijeenkomst gehouden over Vragender Integraal duurzaam. De heer Cornielje bezoekt Oost Gelre als commissaris van de koningin, namens het Rijk en als beschermheer van de Grolse Linie.
|
|
2. |
Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
|
|
3. |
Spreekgelegenheid toehoorders Er hebben zich geen insprekers aangemeld.
|
|
4. |
De rol van de gemeente en de provincie in een veranderende samenleving De voorzitter geeft twee leden van de raad, de heer Klein Tank vanuit de oppositiepartijen en mevrouw Te Plate vanuit de coalitiepartijen, het woord om ter bespreking een stelling in te leiden over de rol van de gemeente en de provincie in een veranderende samenleving.
De heer Klein Tank benoemt de relatie tussen provincie en gemeente door de tijd heen. Deze was in het verleden sterk hiërarchisch en toezichthoudend. Deze houding werd weer enige tijd actueel in Oost Gelre in het kader van het preventief begrotingstoezicht. Dit toezicht is door ambtenaren van de provincie zeer behulpzaam uitgeoefend. In plaats van streng en gebiedend is de houding van de provincie nu vooral vriendelijk en oplossingsgericht en dat is illustratief voor de horizontalisering van de relatie. Door herindeling van gemeenten en decentralisatie van taken wordt de relatie steeds meer gelijkwaardig. De provincie gaat over ruimtelijke ordening, woningbouw, milieu, natuurbeheer, wegenbeheer, waterbeheer, wellicht straks ook over de waterschappen en verder over bijvoorbeeld landschapsbeheer, cultuur en recreatie. Ook in de gemeente spelen deze zaken en vaak is er sprake van cofinanciering. De vraag kan gesteld worden of men elkaar weet te vinden en of provincie en gemeente voldoende optreden als actieve bondgenoten. Zowel de gemeente Oost Gelre als de provincie Gelderland heeft vorige week de programmabegroting 2012 vastgesteld. De heer Klein Tank betwijfelt of men bekend is met elkaars top drie aan speerpunten.
Stelling: Provincie en gemeente zijn weliswaar gelijkwaardige partners geworden, maar ze zien elkaar nog te weinig als bondgenoot.
De heer Cornielje is voorzitter van Provinciale Staten en ook van Gedeputeerde Staten. Hij oefent namens de regering toezicht uit op de gemeenten en rapporteert daarover in een jaarverslag en het gesprek met de minister. Hij meldt dat het overwegend goed gaat in Gelderland. Waar er in het verleden een vooral hiërarchische verhouding was, is er tegenwoordig meer sprake van medeoverheden. De provincie gaat over de structuurvisie en over streekplannen. Er zijn provinciale doelstellingen en gemeentelijke doelstellingen. Aan bestemmingsplannen hoeft de provincie geen goedkeuring meer te verlenen. Er is sprake van interbestuurlijk toezicht. In Gelderland houdt de VNG-afdeling een conferentie over deze manier van werken: de provincie helpt en moet niet bureaucratiseren, maar met bestaande elementen toezicht uitoefenen. Het accent ligt op horizontale verantwoording. De gemeente moet zelf goed controleren en de raad moet zijn rol ook pakken. De commissaris is blij met de steun die de gemeente heeft ondervonden van het financieel toezicht. De financiën van de gemeente vereisen discipline en de begroting moet structureel in orde zijn. Hij heeft grote zorgen over de financiële positie van het land. De werkloosheid neemt toe en de kosten van uitkeringen nemen toe. De overheid wil ook blijven investeren en dan zijn aanvullend bezuinigen nodig, ook in provincie en gemeente. Het is tijd voor financiële discipline en leiderschap. Er moet sprake zijn van een open huishouding met een goede taakverdeling. Hij wijst op het rapport Lodders, dat is vertaald in het bestuursakkoord. De gemeente is de eerste overheid, de provincie is gebiedsregisseur en gaat over ruimtelijke ordening, de regionale economie, natuur, inrichting van het landelijk gebied, bovenlokale cultuur, het cultureel erfgoed en over demografische veranderingen. Hij vindt dat provincie en gemeente allang gelijkwaardige partners zijn en wijst daarbij op de regiocontracten. Op 1 december 2011 is alle informatie voor de nieuwe regiocontracten compleet en op 1 april 2012 kunnen de contracten worden gesloten. Het mooiste voorbeeld is klimaat en energie. Vanmiddag sprak hij in Vragender over innovatieve voorbeeldprojecten. Hij noemt het wagenpark van de provincie dat op gas rijdt, zodat er ook meer aansluitpunten voor particulieren komen. Met de elektronische aansluitpunten loopt Nederland nog achter en ook daar wil de provincie steunen.
De heer Klein Tank waardeert de rol van de provincie als medeoverheid. Het regiocontract is een mooi voorbeeld. Hij hoopt op concrete projecten.
De heer Krabben zegt dat het goed is als het gaat zoals gewenst. In verleden afstand was de afstand met de provincie groot, maar dat is verbeterd.
De heer Bongers hoort mooie woorden als faciliterend. Inwoners zien echter vaak afstand. Hij pleit ervoor om de betrokkenheid te vergroten door communicatie en voorlichting.
De heer Hoenderboom wijst erop dat er veel geld is bij de provincie en hij vindt dat dit bij projecten moet terechtkomen. Er zit bij de provincie nog te veel bureaucratie. Als gebiedsregisseur zou de provincie meer lumpsum, meer als doorgeefluik kunnen financieren. Nu wil de provincie nog te veel achter de komma berekenen.
De heer Van der Meulen zegt dat de financiële toestand van de komende tijd hem zorgen baart. Op termijn is de begroting op orde, maar de gemeente heeft keuzes gemaakt en het is jammer dat de provincie er niet op let of de gemeente wel de juiste keuzes maakt. De gemeente kiest ervoor om de lasten niet te verhogen, maar door het wegvallen van voorzieningen is er in feite wel sprake van lastenverzwaring voor de burger.
De heer Brüning heeft twijfels over de wisselwerking tussen burger en provincie. Begrijpt de burger waar de provincie voor is? Begrijpen burgers waar regiocontracten voor zijn? De belangen van de burgers zouden voorop moeten staan bij gemeente en provincie.
De heer Cornielje zegt dat de provincie er bewust voor heeft gekozen om de burgers niet te benaderen met grote, geldverslindende campagnes. Het geld van de burgers moet worden besteed aan goede zaken, in samenwerking met partners als gemeenten, LTO en anderen. Het is weleens jammer dat het aandeel van de provincie in bijvoorbeeld het tot stand komen van een brug als bij Nijmegen niet duidelijk is, maar hij is blij dat de brug er wel is gekomen. Er is niet altijd dank voor dit aandeel, maar men weet het wel. Tot de heer Hoenderboom zegt de commissaris dat de provincie ervoor kiest om jaarlijks met de 850.000 euro van het geld uit de verkoop van de aandelen Nuon te investeren in structuurversterkende maatregelen voor Gelderland. De hoofdsom blijft onaangetast en zo kunnen ook volgende generaties daarvan nog profiteren. Daarom zijn er regiocontracten, waarin de focus, de prioriteit, het onderscheid met andere regio’s duidelijk moet zijn. Daarom moeten de gemeenten er ook zelf geld insteken, zodat de juiste afweging wordt gemaakt. Het regiocontract is een goed instrument om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Een komende opgave is de demografische verandering. De jeugdzorg gaat over van de provincie naar de gemeente. Daar was Gelderland niet voor, maar de VNG heeft dat uitonderhandeld en de maatregel heeft een breed politiek draagvlak. Voor de gemeenten komt er een taak bij in een lastige periode. Deze taak overstijgt de lokale reikwijdte, zelfs bij grote gemeenten. Samenwerken is noodzakelijk en dat ondersteunt de provincie met een warme overdracht. De discussie loopt nog over de overdracht van ingewikkelde zorg, die gebaat is bij meer specialisatie. De provincie loopt in deze transitie in de pas en doet dat graag in overleg met de gemeenten. Tot de heer Van der Meulen zegt de commissaris dat de provincie alleen toezicht houdt op de begroting. Het is niet de taak van de provincie om de keuzes te beoordelen. Zo werkt de democratie. De gemeente is het hoogste orgaan. Nu is het de meest interessante tijd voor een volksvertegenwoordiger. Kiezen is een belangrijke taak. De provincie beoordeelt of de begroting op lange termijn op orde is en de inhoud is gemeentelijke autonomie. De kiezer rekent de gemeente daarop af. Het is belangrijk om goed en nauwgezet te communiceren met de burger. Niemand is voorstander van een bezuiniging die hem persoonlijk raakt. Maar met een goede uitleg en een eerlijke verdeling is de keuze te verantwoorden.
Mevrouw Te Plate baseert haar stelling op het coalitiethema De burger aan zet. De samenleving verandert. Provinciale en gemeentelijke overheden lijken steeds meer op maatschappelijke bedrijven. Ze moeten functioneel samenwerken met steeds andere partners en er is sprake van een shopcultuur voor de laagste prijs. De rol van de overheid verandert, maar komt de rol van de burger voldoende tot zijn recht? Er wordt gekozen voor meer maatwerk, van generiek naar specifiek en voor eigen verantwoordelijkheid. Ze vraagt zich af of de overheid al voldoende bereid is om naar de oplossing vanuit de burger te zoeken.
Stelling: De burger aan zet betekent dat de burger moet loslaten en accepteren dat dingen anders lopen dan de overheid zou willen.
De heer Cornielje is het ermee eens dat er grote veranderingen in de samenleving plaatsvinden, ook in de interactie tussen burgers en overheden. Er is sprake van individualisering. Mensen maken eigen keuzes en er zijn geen vanzelfsprekendheden. De overheid is dienstbaar aan alle burgers in de gemeente of de provincie en daarover moet goed worden nagedacht. De sleutel is vaak eenvoud. Is er een maatschappelijk probleem? Zo ja, is het een taak van de overheid om het op te lossen? Welke overheid is het eerst aan zet? Er zijn ook veel maatschappelijke organisaties die een rol kunnen vervullen. De provincie Gelderland organiseert debatten met burgers rond een maatschappelijk thema, zoals de discussie over de N18 en de A18. Soms is de overheid nodig om partijen bij elkaar te brengen. Eigen verantwoordelijkheid is gemakkelijk gezegd. Niet iedere burger kan dat aan, maar hij wijst erop om vooral niet te bang zijn en de burger serieus te nemen. Vaak komt er een goede oplossing. De overheid moet loslaten, hoewel achter iedere regel die de overheid ooit heeft gesteld, een goed doel zit. Loslaten betekent minder zekerheiden. Mensen zijn creatief en soms leidt dat tot betere oplossingen. De overheid moet dat dan ook accepteren en niet achteraf zeggen dat het anders moet. Het is een interessante stelling, ook in politiek opzicht.
De voorzitter wijst op de titel van het nieuwe boek van Jan Terlouw: Hoed u voor mensen die iets zeker weten.
Mevrouw Te Plate vraagt zich af of de raad, het college en de ambtenaren zich voldoende bewust zijn van de enorme veranderingen. Er is een overgang van een aandachtgestuurde naar een meer vraaggestuurde samenleving. Wetgeving wordt aan de basis soms niet begrepen. Ze ziet veel creativiteit en veel kwaliteiten. Soms ontstaan goede oplossingen en dan kan de overheid terugtreden.
De heer Donderwinkel is blij met de interpretatie van de heer Cornielje over De burger aan zet. Loslaten betekent niet over de schutting gooien. Burgers mogen verwachten dat de overheid regie voert. De overheid initieert en is voorwaardenscheppend en stimulerend naar burgers en ondernemers. Hij vraagt de provincie om meer naar de vraag van de gemeente te kijken. Het is in de provincie soms een probleem om de MIG weg te geven. Als er meer van de provincie naar de gemeente gaat, hoeft de gemeente minder van de burgers te vragen.
De heer Baks vindt dat niet alleen problemen opgelost moeten worden, maar vooral vraagstukken aan de orde moeten komen. Hij is het eens met mevrouw Te Plate over de overgang van aanbod naar vraag. Soms hebben burgers echter vragen waar ze toch niet mee komen. Deze mensen mag de overheid niet in de kou laten staan. Zelf is hij werkzaam in de jeugdzorg. Hij pleit ervoor om problemen zo klein mogelijk te houden en zo veel mogelijk te voorkomen en preventief te werken.
De heer Van der Meulen is blij met de stelling, maar niet met de kreet De burger aan zet. Hij is niet blij met het loslaten, het terugtreden van de overheid. Dat is een verkeerde insteek. De overheid is dienaar van de burger. De burgers trekken zich nu terug en kijken anders aan tegen de overheid.
Mevrouw Te Plate zegt dat over de schutting gooien niet aan de orde is: maatwerk staat juist hoog in het vaandel. Van aanbod naar vraag heeft een risico dat men te laat komt, maar hiervoor is aandacht. Tot de heer Van der Meulen zegt ze dat Nederland geen luilekkerland is.
De heer Cornielje denkt fundamenteel anders dan de heer Van der Meulen. De burger is wel degelijk aan zet. Mensen geven aan dat ze directe verantwoordelijkheid willen. Ze zijn hoger opgeleid en het zijn zelfstandiger burgers. De overheid kan niet alles meer en daarom gaan er ook taken naar de burger. Hij vindt het een goed gekozen stelling. Er zijn altijd mensen die direct geraakt worden en het is voor de overheid het gemakkelijkst om op dat geluid meteen te reageren. Maar dan lukt het niet om de omslag te maken. Als voorbeeld noemt hij een discussie over de provincie over de bezuiniging op bibliobussen door de gemeenten. Het is een taak van de gemeente, maar toch is in Provinciale Staten een motie aangenomen dat de provincie een bijdrage wil leveren om ervoor te zorgen dat bibliotheekvoorzieningen voor iedereen toegankelijk blijven. Soms is anders denken noodzakelijk. De opmerkingen van de heer Baks over voorkomen in de jeugdzorg vindt hij terecht. Het is goed om in ketens te denken. Mogelijk geldt dit bij gecompliceerde jeugdzorg anders, vanwege de noodzaak tot grotere eenheden. Hij wil niets over de schutting gooien, maar goed beredeneerd tot oplossingen komen. Tot de heer Donderwinkel zegt hij dat het woord regie vaak wordt gebruikt. Dat kan gaat om makelen, om samenwerken en soms om bepalen. De provincie heeft vaak de rol van partijen samenbrengen, maar soms kan de rol ook bepalend zijn. Als provincie geeft hij liever het geld niet zomaar aan de gemeenten. Hij steekt liever geld in goed functionerende gemeenten. Dat heeft meerwaarde en het is niet zinvol om het geld te gebruiken om gaten te dichten van slecht functionerende gemeenten. Soms is het moeilijk om goede projecten te vinden voor het bedrag van 850 miljoen euro investeringsgeld van de provincie. Het is echter geld van de burgers en dat moet zorgvuldig worden besteed. Voordat een project wordt goedgekeurd moet het bestemmingsplan klaar zijn. Het project moet te filmen zijn.
De heer Krabben heeft een suggestie voor geld dat over is. Bij het project voor het nationaal landschap was alles in orde, inclusief vergunningen en cofinanciering. De provincie wilde dit echter niet financieren.
De heer Cornielje zegt dat door staatssecretaris Bleker met de financiering is gestopt. Dat is over de schutting gooien. Dit gevolg van veranderend rijksbeleid kan de provincie niet zomaar overnemen. Er zijn programma’s waaraan geld is gelabeld en waarvoor prioriteiten zijn vastgesteld. Een gat op een ander terrein kan niet zomaar opgepakt worden. Soms blijft geld liggen omdat gemeenten de voorbereiding niet op orde hebben.
|
|
5. |
Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen. Hij zegt dat de gemeente de provincie als waardevolle partner beschouwt. Bij alles wat bovenlokaal en bovenregionaal is, vindt men bij de provincie niet zelden een gewillig oor. Hij hoopt op verdere versterking en intensivering. De voorzitter brengt het integrale programma voor Groenlo onder de aandacht. Het zou geweldig zijn als de provincie wil meedenken, evenals bij de Besselinkschans. Hij bedankt de commissaris voor zijn belangstelling en betrokkenheid en overhandigt hem een fles Achterhoekse wijn. Hij wenst allen wel thuis en sluit de vergadering om 18.00 uur.
|